Een op drie medewerkers in publieke sector wil nieuwe baan

Een op de drie werkenden binnen de publieke sector zou best een nieuwe baan willen. Minstens zo opvallend is dat 60 procent vindt dat een collega een andere baan zou kunnen gebruiken. Dat blijkt uit onderzoek van TNS Nipo in opdracht van Driessen HRM_Payroll.

Gemiddeld is 1 op de 3 geïnteresseerd in een nieuwe baan. Dat aantal neemt af naarmate men ouder wordt. Vanaf 55 jaar en ouder heeft nog maar 1 op de 5 behoefte aan een nieuwe baan. Eigenlijk nog veel opmerkelijker is het aantal mensen dat aangeeft dat het voor collega’s goed zou zijn om van baan te wisselen. Bijna tweederde van de ondervraagden denkt dat collega’s daar beter van worden. Het voornaamste argument daarbij is dat het goed zou zijn voor hun persoonlijk ontwikkeling. Een kwart geeft daarbij aan dat het zelfs goed zou zijn als ze de organisatie helemaal zouden verlaten.

Slecht zicht op kwaliteiten

Bovenstaande roept één belangrijke vraag op: hoe kan het dat mensen voor zichzelf vaker perspectief zien dan voor collega’s? Ook Bas van Leeuwen van Driessen vielen de gegevens op: ‘De publieke sector is flink in beweging: er is veel prestatiedruk en er zijn veel bezuinigingen. Kennelijk denken nogal wat mensen: ík kan het nog wel aan, maar mijn collega groeit het boven het hoofd.’ Een andere verklaring ligt hem in de verklaring voor het achterblijven: ‘Wanneer mensen zélf weg willen, is dat vaak omdat ze zich niet gehoord en gezien voelen in de capaciteiten die ze hebben. Wanneer anderen minder functioneren, is dat omdat ze gewoon niet beter kunnen. Je zou hieruit kunnen concluderen dat mensen een slecht zicht hebben op eigen en andermans sterktes en zwaktes.’

HRM kan inspringen

Júist P&O’ers kunnen inspringen op deze lacune. ‘Volgens mij is het de taak van P&O om te weten welk vlees je in de kuip hebt, om de kwaliteiten en zwaktes van je mensen te kennen. Dat hoeven P&O’ers niet allemaal zelf te doen, maar ze kunnen wel de lijn stimuleren om stappen in die richting te zetten.’ Zeker in de publieke sector is daarin trouwens nog wel wat werk te verzetten. ‘Op de overheid na zijn functioneringsgesprekken nog vrij zeldzaam. Dat is niet goed wanneer je het allerbeste uit je mensen wilt halen. Een ander voorbeeld hiervan is de neiging om externen in te huren wanneer capaciteiten niet in huis zijn. Volgens mij zou het slimmer zijn om nog eens wat dieper de organisatie in te duiken om te kijken of die capaciteiten misschien niet latent allang aanwezig zijn.’

Mobiliteit

Bewegen is gezond, ook binnen je carrière. Bijna tweederde van de ondervraagden heeft een positieve associatie met het woord mobiliteit. Mobiliteit staat bij deze groep voor beweging van mens en organisatie en het vinden van de juiste mens op de juiste plek als continue proces. Naast deze positieve groep is er ook een aanzienlijk aantal mensen, gemiddeld 20%, dat zich eigenlijk helemaal geen voorstelling kan maken bij het woord mobiliteit.

Mannen laten meer kennis verloren gaan

Wanneer een collega afscheid neemt, wil je als organisatie niet dat al zijn of haar kennis voor de organisatie verloren gaat. Vrouwen zijn in dat soort situaties duidelijk beter in het doorgeven van kennis aan een nieuwe collega. Bijna 70% geeft kennis zonder moeite door aan een nieuwe collega. Bij mannen is dit nog geen 50% van de ondervraagden.

Goed op hun plek

De juiste mens op de juiste plek: met die focus hebben de onderzoekers het onderzoek opgezet. Mensen die goed op hun plek zitten presteren beter. Het lastige van de juiste mens op de juiste plek is dat de ‘mens’ en ‘plek’ na een positieve match niet voor altijd de beste combinatie blijven. Mensen veranderen en functies veranderen. De juiste mens op de juiste plek is daarom een continu proces. Het onderzoek is gehouden onder meer dan 1.000 werkenden binnen de publieke sector.

Bron: Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel  / 2 april 2013

Posted in: Actueel

Leave a Comment (0) ↓